vrijdag

Kleuterschool in Bedum maakt plaats voor nieuwbouw




Daar gaat de kleuterschool waar ik twee jaren naar toe ben gegaan. Mijn ouders waren met ons gezin verhuisd van Sprang-Capelle, NB naar Bedum. Wat een verschil. Niet alleen in mentaliteit, maar vooral ook in taal. Het zangerige Brabants moesten we verwisselen voor het toch hardere Gronings. De eerste dagen kwamen we huilend thuis, want die kinderen praten zo raar en ze lachen ons uit.
Maar alles went, ook het Gronings dialect.


maandag

Niet spelen


Sinds twee weken woon je nu bij ons, 4 jaren oud.
Je moeder is ziek heb ik gehoord en ze zag het opvoeden niet meer zitten.
Wat ongelofelijk jammer dat je nu pas bij ons bent, want op alle gebieden loop je achter.
Je praat nauwelijks, wijst alles aan met wat keelklanken.Als ik je niet begrijp dan hoeft het niet meer en stop je met communiceren.
Na deze twee weken merk je wel dat je met woorden met elkaar praat en in contact bent. Op je wijzen en keelklanken reageer ik met korte zinnen: Oh, je bedoelt....
En dan laat ik je een woord of een korte zin nazeggen.
Je vindt dat leuk en doet vreselijk je best het goed te zeggen-
Maar je hebt die mondspieren nog nooit gebruikt en de klanken blijven zo goed als onverstaanbaar.

Tot spelen komt het niet; je loopt heen en weer, zit overal aan en haalt alles uit de kast. Die kasten zijn inmiddels veel leger gemaakt door mij, veel speelgoed heb ik weggezet. Je dag deel ik in halfuurtjes in, waarvan je er toch 10 minuten  ´moet´ spelen.
10 minuten aan een tafeltje met duplo. Soms bouw je snel een stapeltje en zegt dan dat je klaar bent. Nee, spelen is een akelig woord, je weet niet wat het is en je kunt je er zeker nog niet aan overgeven. Nee, niet spelen zegt je hele lijf.  Je voelt je nog zo onveilig, zo angstig en zo alleen...

Ik hoop zo dat je wat tot rust gaat komen bij ons.

donderdag

FAS, Foetaal Alcohol Syndroom


Een groot aantal kinderen in de pleegzorg lijdt aan FAS, het Foetaal Alcohol Syndroom. Van een lichte beperking tot een ernstige handicap. Deze schade loopt het kind op tijdens de zwangerschap als de moeder alcohol drinkt. De moeder hoeft niet eens verslaafd aan alcohol te zijn. Ook als de moeder maar af en toe alcohol drinkt kan de baby al schade oplopen.

Kenmerken FAS

Alle alcohol, die een zwangere vrouw drinkt is dubieus. Ze zou het voor de baby niet moeten doen. Echte bescherming voor dit syndroom is de zwangerschap alcoholvrij uitdragen. Het is belangrijk te weten, dat je dit syndroom voor 100% kunt voorkomen
Lichamelijke kenmerken van FAS:

* Ondergewicht en klein
* Een klein hoofd
* Zwakke spierontwikkeling
* Veranderingen in het gezicht: zoals kleine ogen,een platteneusbrug, een huidplooi tussen oog en neus, ogen die ver uit elkaar staan, smalle lippen zonder cupidoboog, kleine kin en lage oren.
* Er kunnen ook afwijkingen zijn ontstaan aan gebit of ledematen.

Gedragskenmerken van kinderen met FAS


  • Hyperactief gedrag
  • Problemen met het korte-termijn geheugen
  • Problemen met de oog-hand coördinatie
  • Weinig vermogen om te leren
  • Weinig vermogen om de aandacht ergens bij te houden
  • Weinig gevoel voor tijd, ook in de dagelijkse gang van zaken
  • Snel gefrustreerd

Pleegouders van een kind met FAS

Hoe ga je als pleegouders om met een kind met deze handicaps?
Deze kinderen hebben behoefte aan verzorgers met veel geduld, die betrouwbaar zijn en veiligheid bieden. Ze hebben veel duidelijkheid en structuur nodig, zodat ze weten wat hen te wachten staat en alles zal vaak herhaald moeten worden.
Voor pleegouders is het belangrijk te weten wat de handicaps zijn voor een kind met FAS en wat er valt te verwachten in zijn ontwikkeling. Sommige dingen kunnen aangeleerd worden door veel te oefenen. Vooral de sociale ontwikkeling zal niet vanzelf gaan en door te oefenen via een rollenspel is het mogelijk om te leren hoe het kind met andere mensen moet omgaan. Sommige dingen werken heel goed, zoals een beloningssysteem. Het vermijden van teleurstellingen is ook belangrijk.


Voor meer info:  www.fasstichting.nl

maandag

Waarom niet bij mama?


Het dringt niet goed door bij onze pleegdochter. Dat ze niet meer bij mama gaat wonen wil er maar niet in. Ook logisch; want zoiets bedenk je als 5-jarige niet en je begrijpt het niet.
Laat staan dat je dat wilt.
Ze weet dat ze tijdelijk bij ons woont, een soort vakantie, zeg maar.
Maar steeds vraagt ze: Wanneer komt mama mij halen?

Ik geef dan als antwoord: Weet je nog dat die mevrouw hier was? En dat jullie gespeeld hebben met die poppetjes? Wat heeft ze je toen uitgelegd. Heel ontwijkend komt toch het verhaal: die mevrouw zoekt een nieuwe papa en mama voor mij en mijn broertje. En mama komt mij bezoeken.

Vorige week maakte ze bovenstaande tekening: Mama kan niet meer bij mij komen en ik niet bij mama. Er staat een groot hek om mij heen.

Gisteren waren we op bezoek bij JJ, die nu in een perspectiefbiedend pleeggezin woont en ook niet bij zijn mama. Op de terugweg drong het plotseling heel hard tot haar door: Dat gaat mij ook gebeuren.
Vanmorgen vroeg ze weer, waar ze ging wonen als ze bij ons weggaat: In je nieuwe pleeggezin, dat die mevrouw voor jullie gaat zoeken.

Waarom niet bij mama?
Ze huilde. Voor het eerst huilde ze om haar eigen situatie.
Ik heb geprobeerd haar te troosten, maar wat valt er te troosten als je leven een wending neemt die je niet wilt?

Ze voelt zich gevangen, zoals op de tekening te zien is.

woensdag

Je gaat niet meer bij mama wonen


Ik denk dat voor een kind het bericht: Je gaat niet meer bij mama wonen ongeveer het ergste kan zijn wat hij/zij horen kan. Eerst is er die dag dat je plotseling door vreemden weggehaald wordt en apart in diverse pleeggezinnen of instellingen geplaatst wordt. Weg van papa, weg van mama en weg van al je broertjes en zusjes.
Wat kun je in vredesnaam gedaan hebben dat je deze straf verdiend hebt? Want zo denkt een kind.
Dat het de ouders zijndie geweld naar elkaar gebruiken, structuurloos hun gezin runnen en hun kinderen verwaarlozen, dat beseft een kind niet.

Inmiddels is de voogdij weggenomen bij de ouders en maakt Jugendamt plannen voor de toekomst van de kinderen. Allereerst moet aan pleegdochter verteld worden dat ze niet meer naar mama teruggaat, want ze is bijna 5 jaar. En wil naar huis.

Gisteren kwam de voogdes  met een doos houten poppetjes. Pleegdochter mocht haar familie neerzetten. Dat deed ze. Allemaal bij elkaar. Toen kwam de vraag: Maar zo is het niet meer, want papa en mama maken ruzie en de kinderen wonen niet meer thuis.
Ze zette zichzelf toen bij 2 andere poppetjes: opa en oma. (zo noemt ze ons)
De grotere kinderen bij elkaar, want zij wonen in een internaat. De jongste 2 wonen bij verschillende pleeggezinnen.
Ze had alles neergezet en vanuit die situatie kon de voogdes haar vertellen dat ze niet meer naar papa en mama terug kon. Ook die 2 wonen nu apart.
Ik weet wat, zei ze: ze pakte een voor een alle poppetjes en zette ze bij zichzelf en ons neer. Alle kinderen wonen nu hier en papa en mama ook. Er zijn hier veel kamers, veel bedden en oma heeft grote pannen om veel te koken.

Wat een oplossing, echt super. En een compliment voor ons, want kennelijk is het heel veilig hier.

Ja, die oplossing was goed bedacht, maar kon echt niet: er wordt een pleeggezin gezocht voor jou en voor je jongere broertje, zodat jullie samen kunnen spelen.
En mama blijft jullie dan bezoeken.

Dat is leuk, zei ze, dat vind ik een goed idee. Oma, kom jij me dan ook nog bezoeken?
Ja hoor meid, wij komen je dan ook bezoeken.

maandag

Ik wil jouw eten niet


Dat ze in de wacht zit en naar mama wil, is wel duidelijk.
Ze zegt het en als ze mama gezien heeft dan is ze zeker 2 dagen van slag.
Toen ze net bij ons woonde heeft ze een paar dagen vrijwel niets gegeten. Alleen een beetje gedronken.
Toen begon ze wat beter te ontbijten. Ik had hagelslag gekocht en dat ging er wel in.
Maar het warme eten bleef staan en als ik haar 1 hap gaf dan deed ze er niets mee en dat kwijlde dan haar mond uit na verloop van tijd. Al mijn fantasie uit de kast gehaald, maar er leek niet veel te helpen. Van normaal je warme hap op eten kwam het maar niet.
Na een week nam ik haar mee naar de winkel en wilde haar laten kiezen: welke groente wil je wel eten? Nou, die bloemen en planten wilde ze niet, dat had mama ook nooit gekocht en heeft ze dus nooit hoeven eten. Eeh ja, als je denkt dat groente bloemen en planten zijn en niet bedoeld zijn om te eten... Wat dan? Al lopend en zoekend door de supermarkt zag ze blikken met spaghetti staan: Dat is lekker!  Evenlater zag ze Kartoffelsalat in de koeling staan en vond ze wat soorten salade.

In de weken erna heeft ze veel salade en spaghetti gegeten. De spaghetti dan zelf gekookt door mij en niet uit blik. Tussendoor aten we natuurlijk gewoon ook aardappels en groente, waar ze dan 2 - 3 hapjes van moest eten voor ze aan de salat mocht. Ik heb het aantal hapjes wat opgevoerd, maar dat ze nu succesvol warm eten eet, kan ik niet zeggen.Alles altijd met grote tegenzin.

De laatste weken gebruikt ze het niet willen eten ook als dwangmiddel: ze wil naar mama en van mama hoeft ze dit niet te eten. Ik hoef jouw eten niet.
Dat is duidelijk. Helaas meisje, ga ik daar niet over en weet ik inmiddels dat de kinderrechter de voogdij van de moeder heeft weggenomen en de er een perspectiefbiedend pleeggezin wordt gezocht voor haar en haar jongere broertje. Deze week zal dat aan haar verteld worden.

woensdag

Ik wil naar huis


Al bijna 7 maanden woont ze bij ons. Maar nog altijd zit ze in de wacht. Ze wil naar huis en wacht tot mama haar op komt halen. Ze is een lief meisje, vriendelijk en behulpzaam.
Ze kan spelen, maar het liefst zit ze TV te kijken, ongeacht wat er op is.
Ze is een meisje wat zich aanpast aan de omstandigheden, aan ons als pleegouders, aan de hele situatie waar ze zich in bevindt.
Ze is het 4e kind uit een groot gezin. Er is geen regelmaat in het gezin, geen veiligheid. Wel geweld, verbaal naar alle gezinsleden en lichamelijk geweld vooral naar moeder.

Ze vertelt me dat papa heel erg hard kan schreeuwen en met de vuist op tafel slaat. De kleintjes gaan dan huilen en zij troost ze. Ze is 4 jaar, wie troost jou dan? Niemand, ik zorg voor de kleintjes. Ze worden bang van het schreeuwen en ik ben al groot.
Ben jij niet bang?, Jawel, een beetje wel, maar de kleintjes huilen.
Op een dag is ze met mama mee geweest naar het ziekenhuis, mama had bloed en moest naar de dokter.
Wat was er gebeurd met mama? Hoe is dat bloed er gekomen? Ik denk....papa. Ja, dat denk ik.
Als mama bij de dokter is geweest, komen de politieagenten en moet mama alles vertellen. Later vragen ze haar ook, maar dan weet ik het niet meer.

Inmiddels weet ik dat vader al een poos niet meer in het gezin woont, wel heeft moeder een nieuwe partner. Klassieke verwaarlozing, zegt Jugendamt, alle kinderen gaan het huis uit. Moeder gebruikt ook en kan haar eigen leven niet op de rails krijgen, laat staan voor haar grote gezin zorgen.

Elke week ziet onze pleegdochter haar moeder een uurtje. Spelen in de speelkamer. Moeder weet niet echt wat spelen is of wat een kind nodig heeft. Ze neemt ladingen snoep mee om het uurtje door te komen. Elke week krijgt ze kadootjes, elke keer bijna hetzelfde: alles van Elsa de ijsprinses. Van de film Frozen. Mama vindt dat zo leuk voor mij, zegt pleegdochter, als ik vraag of ze niet liever ander speelgoed zou krijgen. Inmiddels heeft ze al 3 Elsa-barbiepoppen, die gaan zingen als je op een knopje drukt.
Ook hangen er al 4 Elsarugzakken in haar kamer. Allemaal van mama gekregen, dus mag en kan ik er niets van vinden, laat staan zeggen. Mama is heilig en ze wil naar huis.

zaterdag

Maria Montessori



Maria Montessori ontwikkelde revolutionaire onderwijstechnieken door kinderen te observeren en te bekijken hoe kinderen leren. Haar methodes waren zo doeltreffend, dat er 100 jaar later nog gebruik gemaakt wordt van haar ideeën.

Haar opleiding

Maria Montessori werd geboren in 1870 in Alcona in Italië, in een niet rijke,maar goed opgeleid gezin. Ook zij mocht en kon studeren. Ondanks de conservatieve Italiaanse samenleving ging ze medicijnen studeren en werd de eerste vrouwelijk arts van Italië. Zij kwam daardoor veel in aanraking met arme gezinnen en zag, dat door de armoede, de kinderen niet tot hun recht kwamen en dat de mogelijkheden van deze kinderen absoluut niet tot ontwikkeling kwamen. Ze kwam op voor de rechten van de vrouw en wilde hervormingen voor de kinderarbeid.

Gehandicapte kinderen

Maria Montessori werd benoemd tot directeur van een afdeling aan de Universiteit van Rome, een tehuis voor 'gebrekkige en krankzinnige' kinderen. Ze merkte, dat deze kinderen de hele dag op hun kamers zaten, zonder enige aandacht en werden niet gestimuleerd tot ontwikkeling. Daar bracht ze al snel verandering in. Het personeel kreeg de opdracht om deze kinderen met respect te behandelen, met hen te praten en ze speelgoed te geven. Verder moesten ze hen leren om zichzelf aan te kleden, zelf te eten en alles zoveel mogelijk zelf te doen.

Het wolvenkind van Aveyron

Maria Montessori bestudeerde de studies van de arts Jean Itard, die een totaal verwilderd kind, dat in 1800 in het bos gevonden werd. Het kind was totaal verwilderd en kon niet praten. De arts heeft geprobeerd dit kind te laten praten en hem als een mens te laten gedragen. Dit is niet gelukt. Zo kwam Montessori er achter, dat er meer nodig was om een kind te laten praten, onder andere koestering en aandacht en omgang met mensen. In de jaren, dat dit kind geen contact had met mensen, heeft hij dus iets gemist, wat hem tot mens had kunnen maken.
Dit uitgangspunt neemt Montessori als leidraad voor haar werken met de geestelijk gehandicapte kinderen. Ze kwam erachter, dat er ontwikklingsstadia waren, zodat een kind op zijn tijd dingen aanleert. Het optimale leren vindt plaats, wanneer het kind er aan toe is.

Leer mij het zelf te doen

Omdat er vanuit de regering geen scholen gesticht werden voor zeer jonge kinderen, begon ze zelf te werken met jonge kinderen. Deze kinderen deden het nog beter dan de gahandicapte kinderen waar ze ook nog steeds mee werkte. Maar deze kinderen hoefden niet zo gestimuleerd te worden, ze waren nieuwsgierig en leergierig en gaven aan, dat ze meer wilden. Hun enthousiasme was zo groot, dat Montessori nachtelang bezig was om nieuw materiaal en leermiddelen voor hen te bedenken. Haar reken- en wiskunde blokken zijn nu nog in gebruik. Al haar materiaal daagde het kind uit om het zelf te doen en te ontdekken.
In die tijd stopte ze met het werk met gehandicapte kinderen en begon uitsluitend te werken om meer educatieve mogelijkheden voor kinderen te creëren. Ook liet ze tafeltjes en stoeltjes maken, die groot genoeg waren voor de kinderen, zodat ze niet altijd op te grote stoelen zaten. Verder maakte ze zitjes op de vloer met kussen en vloerkleden.



De Montessorimethode wereldwijd

Vanuit de hele wereld was er grote belangstelling voor de methode van Maria Montessori. Waaronder Afrika, Sri Lanka en India. Bekande pedagogen studeerden bij Montessori, waaronder: Anna Freud, Jean Piaget, Alfred Adler en Erik Erikson. Zij hebben allemaal een bijzondere bijdrage geleverd in de inzichten van de omtwikkeling van het kind.  Er is veel onderzoek verricht naar de ontwikkeling van het kind, maar steeds blijft de methode van Montessori er goed uitkomen.


donderdag

Een meisje met een verleden


Op een dag kwam het verzoek om een verwaarloosd en mishandeld meisje van een jaar of 11 op te nemen. Na een paar weken moest ik een verslag schrijven van alles wat ik bij haar zag, of niet zag.
Ze komt erg onzeker over: ze weet weinig, zelfs de normale huis- tuin- en keukendingen zijn voor haar nieuw. Ze vraagt veel dingen, die de meeste kinderen van 10 wel weten. Kent weinig woorden en begrippen. Kan geen klok kijken, weet niet aan welke kant van de weg je moet fietsen.  Als er een auto op het fietspad staat waar zij juist moet fietsen, rijdt ze zomaar naar de overkant: Dat fietspad is nog leeg, kijk maar.  
Ze is een rustig en lief meisje, dat bereid is te helpen, zowel naar mij toe als naar de kleinere kinderen. Is niet opgewassen tegen het pubergeweld in ons gezin, voelt zich dan nog onzekerder.
Is gelijkmatig van karakter, niet snel boos, ook niet snel verdrietig.
Ze maakt zich onzichtbaar, het ene moment staat ze naast je, het volgende moment is ze weg. Sluipt door het huis, je weet nooit waar ze is. Ze vindt het makkelijker om met de kleintjes te spelen dan met de grotere kinderen. Maar naar de kleinere kinderen  neemt ze de moederrol op zich. Ze wil hen laten doen wat zij zegt, is constant aan het corrigeren of hen aan het leren zich aan de regels te houden op een juffentoontje.

Ze komt moeilijk tot spelen, loopt maar wat door het huis. Ik deel dan haar dag in stukjes van een half uur, waarin ze dan mag kiezen uit twee dingen, bv je gaat nu skeeleren.
Dan kan zichzelf goed vermaken, vooral met buitenspelen. Ze gaat graag een eind wandelen of fietsen. Is ook altijd in voor winkelen.

Af en toe zit ze wezenloos voor zich uit te staren, ook krijgt ze een wazige blik als ze gecorrigeerd wordt door mij. Ze kijkt dan langs me heen en haar ogen worden glazig. Ze staat dan letterlijk verstijfd door me heen te kijken. Als ik haar nu wat wil (af)leren, begin ik met zeggen, dat ik niet boos ben en vertel haar in zo min mogelijk woorden wat ik te zeggen heb. Ik moet ook niet teveel zinnen gebruiken, want na 3 zinnen is haar aandacht weg of zegt ze: Wat zei je nou? Ze is wel heel gemotiveerd om veel te leren. 

De tafel afruimen was voor haar de eerste keren een ramp: ze zag echt niet hoe je die chaos een beetje geordend in de keuken moest krijgen. Toen ik haar vertelde, dat ze eerst bv alle borden moest stapelen en wegbrengen, daarna alle bekers en daarna de messen, enz. enz. was ze zichtbaar opgelucht, dat je zelfs van chaos iets ordelijks kon maken. Ze vroeg me hoe ik dat allemaal wist.

Tussen het begrijpen van een opdracht en het doen zit bij haar een kloof. Vaak laat ik het haar herhalen, ze begrijpt het wel, maar doet het vervolgens niet.
Haar concentratie is altijd van korte duur. Ze ziet en hoort alles wat niet nodig is en hoort en ziet niet wat wel nodig is.
Overlevingsstrtegieën: verdwijnen, er niet zijn, ja zeggen en vervolgens niet doen.

Dat wordt nog hard werken met dit meisje.

maandag

Wat moet je met die driftbuien?



Een verslag over pleegdochter BB. Ik denk, dat de angst en onzekerheid bij haar zo groot zijn, dat die haar recties bepalen op gebeurtenissen en op mensen. Dat zit natuurlijk ook in haar en is, denk ik, versterkt door haar vervelende levenservaringen. Door haar driftbuien ben ik begonnen met haar op schoot te nemen. Ik zeg dan dat ik haar lief vind en dat ze de dingen ook gewoon kan vragen. Als ze haar zin niet krijgt of als er iets niet lukt, krijgt ze een enorme driftbui, die lang kan duren. Als ik haar dan naar haar kamer stuur krijgt ze de indruk altijd gestraft te worden. Ik moest dus iets anders bedenken.
Ondanks het feit, dat ze de afgelopen week geen driftbuien heeft gehad, blijft ze zeer krampachtig in haar (lichamelijk) contact zoeken naar ons. Ze zit dan op schoot met haar hoofd naar beneden, vuisten gebald en zegt soms: niet doen, ik wil niet op schoot, maar ze blijft wel zitten en zegt even later: ik vind jou een lieve mama.
Een van de gevolgen van mijn nieuwe benadering is, dat ze me regelmatig mama noemt. Voor moeder misschien niet leuk, maar voor haar kennelijk toch belangrijk.
Gisteren maakte ze het bij het buitenspelen zo bont met het wegsmijten van speelgoed en het schreeuwen naar de andere kinderen, dat ik haar toch even naar haar kamer heb gedaan. Daar kreeg ze geen driftbui, wel mopperde ze op mij: je doet me altijd pijn en ik mag nooit iets van jou, mijn eigen mama is veel liever, enz.
Daarna wilde toch even bij me zitten en en is weer gaan spelen. dat ging een half uur goed en toen begon het geschreeuw en gesmijt weer. het liep tegen etenstijd en ik heb haar op haar kamer laten eten, zodat ze niet de kans zou krijgen, om haar scenes te verergeren onder het eten. Na het eten heeft ze met pleegvader achter de computer gezeten en was ze heel gezellig, is ook lief naar bed gegaan.
Woensdagavond   belde haar moeder (belregeling). Jammergenoeg vroeg ze alleen aan BB of vader nog geweest was en zei ze: nog een paar nachtjes en dan haal ik je weer op. BB moet dat niet een week van te voren weten, want dan stopt ze met funktioneren en is in gedachten dan alleen met moeder bezig en hoelang het nog duurt.
In het pleegzorgverslagwordt geschreven, dat loyaliteitsproblemen geen grote rol lijken te spelen. Ik denk, dat die toch groter zijn, dan goed is voor haar. Ook al werkt moeder goed mee, moeder zit toch reuzegroot in het hoofd en hart van BB. Ook iets wat in  haar zit en daarom moet ik mijn "moederrol" zo bevechten, denk ik.